Slaaptracking: inzicht of extra onrust?

  • Slaaptracking: inzicht of extra onrust? - Praktijk Mental Balance
  • Slaaptracking: inzicht of extra onrust? - Praktijk Mental Balance
  • Slaaptracking: inzicht of extra onrust? - Praktijk Mental Balance
  • Slaaptracking: inzicht of extra onrust? - Praktijk Mental Balance
  • Slaaptracking: inzicht of extra onrust? - Praktijk Mental Balance

 

Slaap is een van de belangrijkste pijlers van herstel en mentale balans. Tegelijk is het voor veel mensen ook een bron van frustratie: waarom voel ik me moe, zelfs na een lange nacht? Met de opkomst van slaaptracking via smart rings en smartwatches lijkt er eindelijk een manier te zijn om hier meer grip op te krijgen.

Maar helpt slaaptracking werkelijk bij herstel — of kan het juist extra onrust veroorzaken?


Wat wordt er eigenlijk gemeten?

Slaaptrackers meten doorgaans geen slaap direct, maar leiden deze af uit lichamelijke signalen zoals:

  • beweging

  • hartslag

  • ademhalingsfrequentie

  • variaties in hartritme (HRV)

Op basis daarvan worden schattingen gemaakt van:

  • totale slaapduur

  • lichte en diepe slaap

  • REM-slaap

  • momenten van ontwaken

Het is belangrijk te beseffen dat deze gegevens benaderingen zijn, geen exacte metingen.


Wanneer slaaptracking helpend kan zijn

Voor sommige mensen kan slaaptracking waardevol zijn, met name wanneer:

  • slaappatronen onduidelijk zijn

  • vermoeidheid niet goed te plaatsen is

  • stress en slaap elkaar beïnvloeden

Slaapdata kan dan helpen om:

  • verbanden te zien tussen belasting overdag en herstel ’s nachts

  • inzicht te krijgen in het effect van ontspanning, routines of leefstijl

  • herstelmomenten serieuzer te nemen

Niet om te presteren, maar om bewuster te worden.


De valkuil: slapen als prestatie

Tegelijkertijd schuilt hier een risico. Wanneer slaapcijfers te belangrijk worden, kan slapen veranderen in een prestatie:

  • “Ik moet diep slapen”

  • “Mijn score was te laag”

  • “Mijn horloge zegt dat ik slecht heb geslapen”

Dit fenomeen — soms aangeduid als orthosomnia — kan juist leiden tot:

  • verhoogde spanning rond slapen

  • piekeren in bed

  • minder vertrouwen in het eigen gevoel

In plaats van herstel ontstaat dan controle.


Wat zegt jouw lichaam zelf?

Een belangrijke vraag bij slaaptracking is:

Hoe voel ik mij, los van de cijfers?

Soms voelt iemand zich uitgerust ondanks ‘matige’ meetwaarden. Soms is het omgekeerd. In dat spanningsveld ligt een belangrijke les: cijfers zijn informatie, geen waarheid.

Zelfzorg vraagt om afstemming tussen:

  • objectieve signalen

  • subjectieve beleving

  • context van stress, emoties en belasting


Slaaptracking binnen een bredere benadering

Binnen zelfzorg en begeleiding kan slaaptracking een plaats hebben wanneer het:

  • ondersteunend is aan bewustwording

  • wordt gebruikt met mildheid

  • niet los wordt gezien van mentale en emotionele factoren

In combinatie met ontspanning, stressregulatie en aandacht voor het lichaam kan slaaptracking helpen om patronen zichtbaar te maken — zonder dat het leidend wordt.


Wanneer voorzichtigheid geboden is

Slaaptracking is minder geschikt wanneer iemand:

  • sterk perfectionistisch is

  • neigt tot controle of fixatie

  • al gespannen is rondom slapen

In zulke gevallen kan het zinvol zijn om eerst te werken aan ontspanning en vertrouwen, vóórdat er gemeten wordt.


Conclusie

Slaaptracking kan inzicht geven bij slaapproblemen, maar vraagt om een bewuste houding. Niet elke meting is helpend, en niet elke score zegt iets over herstel.

Wanneer slaapdata wordt gebruikt als uitnodiging tot luisteren — en niet als oordeel — kan het een ondersteunende rol spelen binnen zelfzorg.

Uiteindelijk blijft de belangrijkste graadmeter niet wat een apparaat registreert, maar wat iemand ervaart.


In volgende artikelen ga ik verder in op thema’s als stressmeting, hartslagvariabiliteit (HRV) en de relatie tussen lichaamssignalen en mentale balans.

Dr. Fons de Vries
Praktijk Mental Balance

7 januari 2026